prunus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- boom horend tot de rozenfamilie; sierkers met in het vroege voorjaar rode of roze bloesems
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Prunus boom horend tot de rozenfamilie; sierkers met in het vroege voorjaar rode of roze bloesems
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prunussen | meervoud |
Herkomst
pruimachtige
Woordfamilie van prunus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prunussen | meervoud | prunus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prunus zijn vastgelegd.