provo
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beweging die midden jaren zestig van de twintigste eeuw in Nederland ontstond
- provocerende, tegen het gezag in opstand komende jongere die zich met deze beweging identificeerde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| provo's | meervoud |
| provootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| provootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘opstandige jongere’ voor het eerst aangetroffen in 1965
Woordfamilie van provo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| provo's | meervoud | provo |
| provootje | verkleinwoord | provo |
| provootjes | verkleinwoord meervoud | provo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van provo zijn vastgelegd.