profetie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een uitspraak uit naam van een godheid die de toekomst voorspelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| profetietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| profetietjes | verkleinwoord, meervoud |
| profetieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het profeteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van profetie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| profetietje | verkleinwoord | profetie |
| profetietjes | verkleinwoord meervoud | profetie |
| profetieën | meervoud | profetie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van profetie zijn vastgelegd.