prijsafspraak
zelfstandig naamwoord ˈprɛisɑfsprakBetekenis
- (verboden) afspraak tussen producenten om een bepaalde prijs te handhaven
Hoe spreek je prijsafspraak uit?
/ˈprɛisɑfsprak/
Prijsafspraak bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- afspraak tussen producenten om een bepaalde prijs te handhaven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prijsafspraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prijsafspraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| prijsafspraken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van prijs en afspraak
Woordfamilie van prijsafspraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prijsafspraakje | verkleinwoord | prijsafspraak |
| prijsafspraakjes | verkleinwoord meervoud | prijsafspraak |
| prijsafspraken | meervoud | prijsafspraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prijsafspraak zijn vastgelegd.