potje
zelfstandig naamwoord ˈpɔcəBetekenis
- een spel of ronde
- een hoeveelheid geld
Hoe spreek je potje uit?
/ˈpɔcə/
Potje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| c | tientje |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord hoeveelheid geld met een bepaalde bestemming
- alleen verkleinwoord afgerond spel, onderdeel van de beoefening van een spel met een uitslag die niet meer verandert
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (pot) | |
| (potten) | enkelvoud |
| potjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van pot zn met het achtervoegsel -je **[2] vanwege de gewoonte om dit geld in een pot te bewaren, vergelijk "spaarpot" **[3] vanwege de gewoonte dat de winnaar beloond wordt met het geld dat de deelnemers daarvoor hebben ingelegd