potentaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zich zeer laat gelden
- machthebber
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| potentaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| potentaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| potentaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vorst, iem. die zich laat gelden’ voor het eerst aangetroffen in 1560
Woordfamilie van potentaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| potentaatje | verkleinwoord | potentaat |
| potentaatjes | verkleinwoord meervoud | potentaat |
| potentaten | meervoud | potentaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van potentaat zijn vastgelegd.