postvak
zelfstandig naamwoord ˈpɔs(t)fɑkBetekenis
- fysiek bakje waarin de inkomende post voor een persoon of organisatie ligt
- lijsten met ontvangen of verstuurde e-mailberichten in een e-mail programma
Hoe spreek je postvak uit?
/ˈpɔstfɑk/
Postvak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| postvakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| postvakjes | verkleinwoord, meervoud |
| postvakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van post en vak
Woordfamilie van postvak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| postvakje | verkleinwoord | postvak |
| postvakjes | verkleinwoord meervoud | postvak |
| postvakken | meervoud | postvak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postvak zijn vastgelegd.