postuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de vorm van een rechtopstaande mens
- een beeld van of een beeldje
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| posturen | meervoud |
| postuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| postuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘houding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1607
Woordfamilie van postuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| posturen | meervoud | postuur |
| postuurtje | verkleinwoord | postuur |
| postuurtjes | verkleinwoord meervoud | postuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postuur zijn vastgelegd.