positivist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanhanger van het positivisme
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| positivisten | meervoud |
| positivistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| positivistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van positief met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van positivist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| positivisten | meervoud | positivist |
| positivistje | verkleinwoord | positivist |
| positivistjes | verkleinwoord meervoud | positivist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van positivist zijn vastgelegd.