positivisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren
- een levensinstelling waarbij je ervan uitgaat dat alles goed komt
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wijsgerige richting, stellige wijsbegeerte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1881