pontbrug
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een brug die de verbinding verzorgt tussen het vasteland en een pont en de verschillen in tij overbrugd moeten worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pontbruggen | meervoud |
| pontbruggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pontbruggetjes | verkleinwoord, meervoud |
| pontbrugje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pontbrugjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pont en brug
Woordfamilie van pontbrug
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pontbruggen | meervoud | pontbrug |
| pontbruggetje | verkleinwoord | pontbrug |
| pontbruggetjes | verkleinwoord meervoud | pontbrug |
| pontbrugje | verkleinwoord | pontbrug |
| pontbrugjes | verkleinwoord meervoud | pontbrug |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pontbrug zijn vastgelegd.