pont
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vaartuig dat bedoeld is om mensen en/of voertuigen naar de andere kant van een water te brengen
- brug
- dek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ponten | meervoud |
| pontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘veerpont’ voor het eerst aangetroffen in 1339
Woordfamilie van pont
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ponten | meervoud | pont |
| pontje | verkleinwoord | pont |
| pontjes | verkleinwoord meervoud | pont |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pont zijn vastgelegd.