plusfour
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ruim zittende pofbroek die strak om het been sluit tot ongeveer 4 duim (circa 10 cm) onder de knie, hetgeen de naam van het kledingstuk verklaart
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plusfours | meervoud |
| plusfourtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plusfourtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kuitbroek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931
Woordfamilie van plusfour
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plusfours | meervoud | plusfour |
| plusfourtje | verkleinwoord | plusfour |
| plusfourtjes | verkleinwoord meervoud | plusfour |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plusfour zijn vastgelegd.