platvoet
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- voet zonder welving van de voetholte
- iemand met één of meer van deze voeten
- platvoetwacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| platvoeten | meervoud |
| platvoetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| platvoetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van platvoeten
- gebiedende wijs van platvoeten
Vervoeging van platvoet
platvoethele werkwoord
Herkomst
samenstelling van plat en voet
Woordfamilie van platvoet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| platvoetjes | verkleinwoord meervoud | platvoet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van platvoet zijn vastgelegd.