planter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die plant of laat planten
- eigenaar van een plantage
- werktuig dat gebruikt wordt bij het planten
- poten
- (tijdens een afspraakje of ontmoeting)
- van de weg raken
- op zijn bek gaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| planters | meervoud |
| plantertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plantertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van planten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van planter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| planters | meervoud | planter |
| plantertje | verkleinwoord | planter |
| plantertjes | verkleinwoord meervoud | planter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van planter zijn vastgelegd.