planning
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het opstellen van en werken volgens plannen
- uitgewerkt plan van de (deel)werkzaamheden die achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden om een werk, project enz. op een bepaald tijdstip te hebben afgerond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| planningen | meervoud |
| planninkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| planninkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van plannen met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van planning
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| planningen | meervoud | planning |
| planninkje | verkleinwoord | planning |
| planninkjes | verkleinwoord meervoud | planning |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van planning zijn vastgelegd.