pinda
zelfstandig naamwoord ˈpɪndaBetekenis
- een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
- een vrucht van deze plant
- Chinees of iemand met Aziatisch uiterlijk
Hoe spreek je pinda uit?
/ˈpɪnda/
Pinda bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Arachis hypogaea, een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
- een peulvrucht van deze plant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pinda's | meervoud |
| pindaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pindaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Papiaments pinda, in de betekenis van ‘olienootje’ voor het eerst aangetroffen in 1740
Woordfamilie van pinda
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pinda's | meervoud | pinda |
| pindaatje | verkleinwoord | pinda |
| pindaatjes | verkleinwoord meervoud | pinda |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pinda zijn vastgelegd.