piloot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bestuurder van een vliegtuig, luchtschip (vliegenier) of race-auto
- automatische piloot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pilootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pilootjes | verkleinwoord, meervoud |
| piloten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vlieger’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924
Woordfamilie van piloot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pilootje | verkleinwoord | piloot |
| pilootjes | verkleinwoord meervoud | piloot |
| piloten | meervoud | piloot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piloot zijn vastgelegd.