pies
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd
- hond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| piesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| piesjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piesen
- gebiedende wijs van piesen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piesen
Vervoeging van pies
pieshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘urine’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1898
Woordfamilie van pies
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| piesje | verkleinwoord | pies |
| piesjes | verkleinwoord meervoud | pies |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pies zijn vastgelegd.