piemel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈpiməlBetekenis
- geslachtsdeel van de man, penis, vooral gebruikt voor onvolgroeide jongens
Hoe spreek je piemel uit?
/ˈpiməl/
Piemel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| m | maan |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| piemels | meervoud |
| piemeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| piemeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piemelen
- gebiedende wijs van piemelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piemelen
Vervoeging van piemel
piemelhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van piemelen ww zonder het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘mannelijk lid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875
Woordfamilie van piemel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| piemels | meervoud | piemel |
| piemeltje | verkleinwoord | piemel |
| piemeltjes | verkleinwoord meervoud | piemel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piemel zijn vastgelegd.