pick-up
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een apparaat om grammofoonplaten af te spelen
- een kleine open vrachtauto
zelfstandig naamwoord — masculine
- gitaarelement
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pick-upje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pick-upjes | verkleinwoord, meervoud |
| pick-ups | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘platenspeler’ voor het eerst aangetroffen in 1931
Woordfamilie van pick-up
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pick-upje | verkleinwoord | pick-up |
| pick-upjes | verkleinwoord meervoud | pick-up |
| pick-ups | meervoud | pick-up |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pick-up zijn vastgelegd.