piccolo
zelfstandig naamwoord ˈpikoˌloBetekenis
- een blaasinstrument, sopranino-dwarsfluit, wordt zoals de dwarsfluit bespeeld door dwars over het mondstuk te blazen
- een klein soort mondharmonica met minder aanblaasgaten en tongen dan een normale mondharmonica
- lift- en loopjongen in een hotel
- piccolo
- klein
- espresso; geconcentreerde koffie, gebrouwen door het stuwen van heet (niet-kokend) water onder hoge druk door fijngemalen koffie
Hoe spreek je piccolo uit?
/ˈpikoˌlo/
Piccolo bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| k | kat |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| piccolo's | meervoud |
| piccolootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| piccolootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘hoteljongen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914
Woordfamilie van piccolo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| piccolo's | meervoud | piccolo |
| piccolootje | verkleinwoord | piccolo |
| piccolootjes | verkleinwoord meervoud | piccolo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piccolo zijn vastgelegd.