pension
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gelegenheid waar men tegen betaling kan overnachten
- kosthuis, kostschool
- pensioen
- uitkering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pensionnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pensionnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| pensions | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘kosthuis, kostgeld’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Woordfamilie van pension
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pensionnetje | verkleinwoord | pension |
| pensionnetjes | verkleinwoord meervoud | pension |
| pensions | meervoud | pension |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pension zijn vastgelegd.