patch
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- aansluiten van apparaten via een ethernetkabel
- softwareaanpassing
zelfstandig naamwoord — masculine
- aansluiting van apparaten via een ethernetkabel
- softwareaanpassing, bedoeld om fouten te verhelpen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| patches | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van patchen
- gebiedende wijs van patchen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van patchen
Vervoeging van patch
patchhele werkwoord
Herkomst
Van Engels patch
Woordfamilie van patch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| patches | meervoud | patch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van patch zijn vastgelegd.