passagieren
werkwoordBetekenis
- aan wal gaan van bemanningsleden van (zee)schepen tot het schip weer uitvaart
Vervoeging van passagieren
passagierenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘aan wal gaan van zeelieden’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van passagieren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepassagierd | woordvorm | passagieren |
| passagierde | woordvorm | passagieren |
| passagierden | woordvorm | passagieren |
| passagiere | woordvorm | passagieren |
| passagierend | woordvorm | passagieren |
| passagierende | woordvorm | passagieren |
| passagiert | woordvorm | passagieren |
| passagieres | meervoud | passagiere |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van passagieren zijn vastgelegd.