parasiet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- levensvorm die ten koste van een ander organisme zich in stand houdt en vermenigvuldigt
- klaploper, iemand die ten koste van een ander leeft, een profiteur
- persoon met een geestelijke functie die de priesters ondersteunden in de tempel, met name in Athene en het omliggende gebied Attika
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parasieten | meervoud |
| parasietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| parasietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘die ten koste van andere(n) leeft’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van parasiet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parasieten | meervoud | parasiet |
| parasietje | verkleinwoord | parasiet |
| parasietjes | verkleinwoord meervoud | parasiet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parasiet zijn vastgelegd.