parameter
zelfstandig naamwoord paˈrametərBetekenis
- willekeurig in te stellen grootheid of variabele
- meer in het bijzonder een variabele die aan een (sub)routine wordt overgedragen
- nog meer in het bijzonder een variabele in een sjabloon
- kenmerkende grootheid in een wiskundige of natuurkundige functie
Hoe spreek je parameter uit?
/paˈrametər/
Parameter bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| r | rood |
| m | maan |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parameters | meervoud |
| parametertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| parametertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘onbepaalde of veranderlijke grootheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van parameter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parameters | meervoud | parameter |
| parametertje | verkleinwoord | parameter |
| parametertjes | verkleinwoord meervoud | parameter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parameter zijn vastgelegd.