parament
zelfstandig naamwoordBetekenis
- liturgisch kerkgewaad of altaarkleed
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paramenten | meervoud |
| paramentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paramentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘priester- en altaartooi’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van parament
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paramenten | meervoud | parament |
| paramentje | verkleinwoord | parament |
| paramentjes | verkleinwoord meervoud | parament |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parament zijn vastgelegd.