panel
zelfstandig naamwoord ˈpɛnəlBetekenis
- vaste groep van langdurig deelnemende personen (vaak als steekproef) voor een onderzoek
- sjabrak; een flexibel dek onder het zadel van een paard
- jury; de mensen die in een jury zitten, een panel dat optreedt als jury
- paneel; (rechthoekige) vlakke plaat met of zonder een omlijsting
- paneel; bedieningsbord, instrumentenbord
- een groep specialisten samengesteld voor een discussie of beoordeling van een bepaald thema
- tab, tabblad; een deelvenster
- deska
- výbor , porota
- karta
Hoe spreek je panel uit?
/ˈpɛnəl/
Panel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| panels | meervoud |
| paneltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paneltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, doublet van paneel. In de betekenis van ‘groep die discussie leidt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961
Woordfamilie van panel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| panels | meervoud | panel |
| paneltje | verkleinwoord | panel |
| paneltjes | verkleinwoord meervoud | panel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van panel zijn vastgelegd.