palaver
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- (te lange) bespreking, onderhandeling
zelfstandig naamwoord — neuter
- bespreking, onderhandeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| palavers | meervoud |
| palavertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| palavertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van palaveren
- gebiedende wijs van palaveren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van palaveren
Vervoeging van palaver
palaverhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘bespreking, onderhandeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869
Woordfamilie van palaver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| palavers | meervoud | palaver |
| palavertje | verkleinwoord | palaver |
| palavertjes | verkleinwoord meervoud | palaver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van palaver zijn vastgelegd.