pagodeboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plant uit de moerbeifamilie
zelfstandig naamwoord — masculine
- Ficus religiosa een plant uit de moerbeifamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pagodebomen | meervoud |
| pagodeboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pagodeboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pagode zn en boom zn
Woordfamilie van pagodeboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pagodebomen | meervoud | pagodeboom |
| pagodeboompje | verkleinwoord | pagodeboom |
| pagodeboompjes | verkleinwoord meervoud | pagodeboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pagodeboom zijn vastgelegd.