pagode
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoge boeddhistische tempel (vaak met 7 of 13 verdiepingen) waarbij iedere verdieping een overstekend dak heeft
- gebouw dat lijkt op een pagode: toren met een bijzonder dak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pagoden | meervoud |
| pagodes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘boeddhistische tempel in China’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Woordfamilie van pagode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pagoden | meervoud | pagode |
| pagodes | meervoud | pagode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pagode zijn vastgelegd.