pagaai
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een peddel voor een kano, met één blad, waarbij je twee handen gebruikt voor de voortstuwing
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pagaaien | meervoud |
| pagaaitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pagaaitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘roeispaan’ voor het eerst aangetroffen in 1724
Woordfamilie van pagaai
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pagaaien | meervoud | pagaai |
| pagaaitje | verkleinwoord | pagaai |
| pagaaitjes | verkleinwoord meervoud | pagaai |
| pagaaie | woordvorm | pagaaien |
| pagaaiende | woordvorm | pagaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pagaai zijn vastgelegd.