paddock
zelfstandig naamwoord ˈpɛdɔkBetekenis
- terrein met een hek erom voor paarden bij een paardenstal
- (paardenrace) terrein met een hek erom waar paarden vlak voor de race worden getoond en na race afgezadeld
- (motorrace, autorace) terrein met een hek erom bij een racebaan waar voor en tijdens de race aan de voertuigen kan worden gesleuteld
- omheind terrein bij een paardenstal
- weiland met een hek bij een veehouderij
- (paardenverblijf in de open lucht, verzamelplaats voor raceauto's)
Hoe spreek je paddock uit?
/ˈpɛdɔk/
Paddock bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- terrein met een hek erom waar paarden vlak voor de race worden getoond en na race afgezadeld
- terrein met een hek erom bij een racebaan waar voor en tijdens de race aan de voertuigen kan worden gesleuteld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paddockje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paddockjes | verkleinwoord, meervoud |
| paddocks | meervoud |
Herkomst
van Engels paddock
Woordfamilie van paddock
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paddockje | verkleinwoord | paddock |
| paddockjes | verkleinwoord meervoud | paddock |
| paddocks | meervoud | paddock |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paddock zijn vastgelegd.