paddo
zelfstandig naamwoordBetekenis
- psychoactieve paddenstoel die om zijn hallucinogene werking gebruikt wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paddo's | meervoud |
| paddootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paddootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘hallucinogene paddestoel’ voor het eerst aangetroffen in 1996
Woordfamilie van paddo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paddo's | meervoud | paddo |
| paddootje | verkleinwoord | paddo |
| paddootjes | verkleinwoord meervoud | paddo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paddo zijn vastgelegd.