paasei
zelfstandig naamwoord ˈpasɛiBetekenis
- een ei van chocolade of suiker dat op of omstreeks Pasen gegeten wordt
- een ter gelegenheid van Pasen gekleurd en versierd kippenei
Hoe spreek je paasei uit?
/ˈpasɛi/
Paasei bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| s | sok |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- ei van chocolade of suiker dat op of omstreeks Pasen gegeten wordt
- ter gelegenheid van Pasen gekleurd en versierd kippenei
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paaseieren | meervoud |
| paaseitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paaseitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van paas en ei
Woordfamilie van paasei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paaseieren | meervoud | paasei |
| paaseitje | verkleinwoord | paasei |
| paaseitjes | verkleinwoord meervoud | paasei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paasei zijn vastgelegd.