paardenzadel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zadel bedoeld om op een paard gelegd te worden
- Anomia ephippium een vastgehecht oesterachtig schelpdier met een onregelmatige vorm
zelfstandig naamwoord — neuter
- uit leer of ander niet te zwaar materiaal gemaakte zitplaats bedoeld om op de rug van een als rijdier gebruikt paard Equus ferus caballus te plaatsen
- bepaald soort vastgehecht oesterachtig schelpdier met een onregelmatige vorm, Anomia ephippium
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paardenzadels | meervoud |
| paardenzadeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paardenzadeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van paard en zadel met het invoegsel -en-
Woordfamilie van paardenzadel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paardenzadeltje | verkleinwoord | paardenzadel |
| paardenzadeltjes | verkleinwoord meervoud | paardenzadel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardenzadel zijn vastgelegd.