opzicht
zelfstandig naamwoord ˈɔpsɪxtBetekenis
- de manier waarop je er naar kijkt
Hoe spreek je opzicht uit?
/ˈɔpsɪxt/
Opzicht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- manier waarop je er naar kijkt
- bewust opgeroepen grote aandacht obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opzichten | meervoud |
| opzichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opzichtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van opzien ww , op te vatten als samenstelling van op bw en zicht zn
Woordfamilie van opzicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opzichte | neuter | opzicht |
| opzichten | meervoud | opzicht |
| opzichtje | verkleinwoord | opzicht |
| opzichtjes | verkleinwoord meervoud | opzicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opzicht zijn vastgelegd.