opzetter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die dieren prepareert zodat ze tentoongesteld kunnen worden
- iemand die een activiteit start
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opzetters | meervoud |
| opzettertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opzettertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opzetten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opzetter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opzetters | meervoud | opzetter |
| opzettertje | verkleinwoord | opzetter |
| opzettertjes | verkleinwoord meervoud | opzetter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opzetter zijn vastgelegd.