opus
zelfstandig naamwoord ˈopʏsBetekenis
- (als een geheel beschouwd) werk van een kunstenaar (componist)
- behoefte
- werk (arbeid)
- werk (product van de arbeid)
- een kunstwerk, meestal muziekstuk
- een compositie, of een verzameling composities van een componist met eenzelfde volgnummer
- dílo
Hoe spreek je opus uit?
/ˈopʏs/
Opus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- werk van een kunstenaar (componist)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opera | meervoud |
| opusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opusjes | verkleinwoord, meervoud |
| opussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘werk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1663
Woordfamilie van opus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opusje | verkleinwoord | opus |
| opusjes | verkleinwoord meervoud | opus |
| opussen | meervoud | opus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opus zijn vastgelegd.