Naar de inhoud

opstaan

gaan staan

opstaan

werkwoord ˈɔpstan

Betekenis

  1. gaan staan
  2. wakker worden en uit bed gaan
  3. het bed verlaten
  4. (koken) op het vuur staan

Hoe spreek je opstaan uit?

/ˈɔpstan/

Opstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpstan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
s sok
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. op het vuur staan unergative
  2. uit de dood herrijzen ergative

Vervoeging van opstaan

opstaanhele werkwoord — stond opverleden tijd enkelvoud — stonden opverleden tijd meervoud — opgestaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sta op stond op
jij staat op stond op
hij, zij, het staat op stond op
wij staan op stonden op
jullie staan op stonden op
zij staan op stonden op
Alle 117 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgestaan impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was opgestaan impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd opgestaan impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt opgestaan impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal opgestaan worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal opgestaan zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou opgestaan worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou opgestaan zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
is opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te staan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal staan bijzin, toekomende tijd
op zou staan bijzin, voorwaardelijk
op zouden staan bijzin, voorwaardelijk
op zoudt staan bijzin, voorwaardelijk
op zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen staan bijzin, toekomende tijd
op zult staan bijzin, toekomende tijd
opgestaan verleden tijd, deelwoord
opgestaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgestaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestaan te zullen zijn, hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgestaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgestaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgestaan zullen zijn, hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opsta bijzin, tegenwoordige tijd
opstaand onvoltooid, deelwoord
opstaat bijzin, tegenwoordige tijd
opstond bijzin, verleden tijd
opstonden bijzin, verleden tijd
sta op gebiedende wijs
stond op verleden tijd
te zijn, hebben opgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opstaan bijzin, toekomende tijd
zijn opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn, hebben opgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijt opgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opstaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opstaan op zou(dt) staan bijzin, voorwaardelijk
zouden opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opstaan bijzin, voorwaardelijk
zullen opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opstaan bijzin, toekomende tijd
zult opgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opstaan bijzin, toekomende tijd
zult/zal opstaan op zult/zal staan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op bw en staan ww

Woordfamilie van opstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgestaan voltooid deelwoord opstaan
opsta subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstaan
opstaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd opstaan
opstond subordinate-clause, verleden tijd opstaan
opstonden subordinate-clause, verleden tijd opstaan
sta op gebiedende wijs opstaan
staan op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opstaan
staat op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opstaan
stond op verleden tijd opstaan
stonden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opstaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opstaan

Hoe spreek ik opstaan uit?
Zo spreek je opstaan uit: /ˈɔpstan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opstaan?
Opstaan is een werkwoord. De betekenis is: gaan staan. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opstaan?
Zo vervoeg je opstaan zo: het voltooid deelwoord is opgestaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opstaan is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. S 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opstaan levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

opstaan telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

opstaan in het kort

opstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opstaan staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opstaan bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opstaan: gaan staan
Deel opstaan — standaardnederlands.nl