Naar de inhoud

opletten

bij voortduring aandachtig zijn

opletten

werkwoord ˈɔplɛtə(n)

Betekenis

  1. bij voortduring aandachtig zijn

Hoe spreek je opletten uit?

/ˈɔplɛtən/

Opletten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔplɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
l land
ɛ bed
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opletten

oplettenhele werkwoord — lette opverleden tijd enkelvoud — letten opverleden tijd meervoud — opgeletvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik let op lette op
jij let op lette op
hij, zij, het let op lette op
wij letten op letten op
jullie letten op letten op
zij letten op letten op
Alle 80 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is opgelet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgelet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgelet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgelet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgelet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgelet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgelet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgelet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgelet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgelet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgelet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgelet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgelet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgelet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgelet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgelet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgelet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
let op gebiedende wijs
lette op verleden tijd
op te letten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen letten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal letten bijzin, toekomende tijd
op zou letten bijzin, voorwaardelijk
op zouden letten bijzin, voorwaardelijk
op zoudt letten bijzin, voorwaardelijk
op zullen letten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen letten bijzin, toekomende tijd
op zult letten bijzin, toekomende tijd
opgelet verleden tijd, deelwoord
opgelet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgelet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
oplet bijzin, tegenwoordige tijd
oplette bijzin, verleden tijd
oplettend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgelet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opletten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opletten bijzin, toekomende tijd
zou opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opletten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opletten op zou(dt) letten bijzin, voorwaardelijk
zouden opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opletten bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgelet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opletten bijzin, voorwaardelijk
zullen opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opletten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opletten bijzin, toekomende tijd
zult opgelet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opletten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opletten bijzin, toekomende tijd
zult/zal opletten op zult/zal letten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op bw en letten ww

Woordfamilie van opletten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
let op gebiedende wijs opletten
lette op verleden tijd opletten
letten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opletten
opgelet voltooid deelwoord opletten
oplet subordinate-clause, tegenwoordige tijd opletten
oplette subordinate-clause, verleden tijd opletten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opletten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opletten

Hoe spreek je opletten uit?
De uitspraak van opletten is: /ˈɔplɛtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent opletten?
Opletten is een werkwoord. Het woord betekent: bij voortduring aandachtig zijn.
Hoe vervoeg je opletten?
Je vervoegt opletten als volgt: het voltooid deelwoord is opgelet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opletten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. L 3
  4. E 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opletten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. L 3
  4. E 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opletten in het kort

opletten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van opletten zijn 49 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opletten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opletten: bij voortduring aandachtig zijn
Deel opletten — standaardnederlands.nl