opeenvolgen
werkwoordBetekenis
- na elkaar volgen
Vervoeging van opeenvolgen
opeenvolgenhele werkwoord — volgde opeenverleden tijd enkelvoud — volgden opeenverleden tijd meervoud — opeengevolgdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | volg opeen | volgde opeen |
| jij | volgt opeen | volgde opeen |
| hij, zij, het | volgt opeen | volgde opeen |
| wij | volgen opeen | volgden opeen |
| jullie | volgen opeen | volgden opeen |
| zij | volgen opeen | volgden opeen |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| opeen te volgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opeen te zullen volgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opeen zal volgen | bijzin, toekomende tijd |
| opeen zou volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| opeen zouden volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| opeen zoudt volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| opeen zullen volgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opeen zullen volgen | bijzin, toekomende tijd |
| opeen zult volgen | bijzin, toekomende tijd |
| opeengevolgd | verleden tijd, deelwoord |
| opeengevolgd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opeengevolgd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opeenvolg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| opeenvolgde | bijzin, verleden tijd |
| opeenvolgden | bijzin, verleden tijd |
| opeenvolgend | onvoltooid, deelwoord |
| opeenvolgt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te zijn opeengevolgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen opeenvolgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| volg opeen | gebiedende wijs |
| volgde opeen | verleden tijd |
| waart opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opeengevolgd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal opeenvolgen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opeengevolgd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opeengevolgd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou opeenvolgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) opeenvolgen opeen zou(dt) volgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden opeenvolgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opeengevolgd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt opeenvolgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opeenvolgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen opeenvolgen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opeengevolgd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult opeenvolgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult opeenvolgen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal opeenvolgen opeen zult/zal volgen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van opeen bw en volgen ww
Woordfamilie van opeenvolgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opeengevolgd | voltooid deelwoord | opeenvolgen |
| opeenvolg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opeenvolgen |
| opeenvolgde | subordinate-clause, verleden tijd | opeenvolgen |
| opeenvolgden | subordinate-clause, verleden tijd | opeenvolgen |
| opeenvolgt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | opeenvolgen |
| volg opeen | gebiedende wijs | opeenvolgen |
| volgde opeen | verleden tijd | opeenvolgen |
| volgden opeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | opeenvolgen |
| volgen opeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | opeenvolgen |
| volgt opeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | opeenvolgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opeenvolgen zijn vastgelegd.