opbouwwerk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een onderdeel van welzijnswerk, dat zich richt op het verbeteren van de woon- en leefomstandigheden van buurt- en wijkbewoners door onder meer de invloed van de bewoners bij het verbeteren van de leefbaarheid van hun woonomgeving te versterken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opbouwwerken | meervoud |
| opbouwwerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opbouwwerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van opbouw zn en werk zn
Woordfamilie van opbouwwerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opbouwwerken | meervoud | opbouwwerk |
| opbouwwerkje | verkleinwoord | opbouwwerk |
| opbouwwerkjes | verkleinwoord meervoud | opbouwwerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opbouwwerk zijn vastgelegd.