opbeuring
zelfstandig naamwoordBetekenis
- troost, iets waarmee je iemand kracht en moed geeft na een teleurstelling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opbeuringen | meervoud |
| opbeurinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opbeurinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opbeuren met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van opbeuring
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opbeuringen | meervoud | opbeuring |
| opbeurinkje | verkleinwoord | opbeuring |
| opbeurinkjes | verkleinwoord meervoud | opbeuring |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opbeuring zijn vastgelegd.