Naar de inhoud

opbeuren

iemand die onder neerslachtigheid gebukt gaat trachten optimistischer te stemmen

opbeuren

werkwoord ˈɔbørə(n)

Betekenis

  1. iemand die onder neerslachtigheid gebukt gaat trachten optimistischer te stemmen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je opbeuren uit?

/ˈɔbørən/

Opbeuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔbørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
b bak
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opbeuren

opbeurenhele werkwoord — beurde opverleden tijd enkelvoud — beurden opverleden tijd meervoud — opgebeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beur op beurde op
jij beurt op beurde op
hij, zij, het beurt op beurde op
wij beuren op beurden op
jullie beuren op beurden op
zij beuren op beurden op
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beur op gebiedende wijs
beurde op verleden tijd
er is opgebeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgebeurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgebeurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgebeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgebeurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgebeurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgebeurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgebeurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgebeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgebeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgebeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgebeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgebeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgebeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgebeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgebeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgebeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te beuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen beuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal beuren bijzin, toekomende tijd
op zou beuren bijzin, voorwaardelijk
op zouden beuren bijzin, voorwaardelijk
op zoudt beuren bijzin, voorwaardelijk
op zullen beuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen beuren bijzin, toekomende tijd
op zult beuren bijzin, toekomende tijd
opbeur bijzin, tegenwoordige tijd
opbeurde bijzin, verleden tijd
opbeurden bijzin, verleden tijd
opbeurend onvoltooid, deelwoord
opbeurt bijzin, tegenwoordige tijd
opgebeurd verleden tijd, deelwoord
opgebeurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgebeurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben opgebeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opbeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opbeuren bijzin, toekomende tijd
zal opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opbeuren bijzin, voorwaardelijk
zou opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) opbeuren op zou(dt) beuren bijzin, voorwaardelijk
zouden opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opbeuren bijzin, voorwaardelijk
zouden opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opbeuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgebeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen opbeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opbeuren bijzin, toekomende tijd
zullen opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult opbeuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opbeuren bijzin, toekomende tijd
zult opgebeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal opbeuren op zult/zal beuren bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en beuren

Woordfamilie van opbeuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beur op gebiedende wijs opbeuren
beurde op verleden tijd opbeuren
beurden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opbeuren
beure op woordvorm opbeuren
beuren op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opbeuren
beurt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opbeuren
opbeur subordinate-clause, tegenwoordige tijd opbeuren
opbeurde subordinate-clause, verleden tijd opbeuren
opbeurden subordinate-clause, verleden tijd opbeuren
opbeure with-subordinate-clause opbeuren
opbeurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opbeuren
opgebeurd voltooid deelwoord opbeuren
opgebeurde woordvorm opbeuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opbeuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opbeuren

Hoe spreek ik opbeuren uit?
Zo spreek je opbeuren uit: /ˈɔbørə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opbeuren?
Opbeuren is een werkwoord. De betekenis is: iemand die onder neerslachtigheid gebukt gaat trachten optimistischer te stemmen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opbeuren?
Zo vervoeg je opbeuren zo: het voltooid deelwoord is opgebeurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opbeuren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. B 3
  4. E 1
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opbeuren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. B 4
  4. E 1
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opbeuren in het kort

opbeuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opbeuren staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opbeuren bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opbeuren: iemand die onder neerslachtigheid gebukt gaat trachten optimistischer te stemmen
Deel opbeuren — standaardnederlands.nl