Naar de inhoud

ontstellen

in sterke mate verontrusten, van zijn stuk brengen

ontstellen

werkwoord

Betekenis

  1. in sterke mate verontrusten, van zijn stuk brengen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van ontstellen

ontstellenhele werkwoord — ontsteldeverleden tijd enkelvoud — ontsteldenverleden tijd meervoud — ontsteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontstel ontstelde
jij ontstelt ontstelde
hij, zij, het ontstelt ontstelde
wij ontstellen ontstelden
jullie ontstellen ontstelden
zij ontstellen ontstelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontsteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontsteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontsteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontsteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontsteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontsteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontsteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontsteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontsteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontsteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontsteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontsteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontsteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontsteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontsteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontstel gebiedende wijs
ontsteld verleden tijd, deelwoord
ontsteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstelde verleden tijd
ontstelle aanvoegende wijs
ontstellend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontsteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontstellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontsteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontsteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontsteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontsteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontsteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontsteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontsteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontsteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontsteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontsteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontsteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontsteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontsteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontsteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontsteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontsteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontstellen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stellen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontstellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontstel gebiedende wijs ontstellen
ontstelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontstellen
ontstelle aanvoegende wijs ontstellen
ontstelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontstellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontstellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontstellen

Wat is de betekenis van ontstellen?
Ontstellen is een werkwoord. De betekenis is: in sterke mate verontrusten, van zijn stuk brengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontstellen?
Zo vervoeg je ontstellen zo: de tegenwoordige tijd is ontstel, de verleden tijd is ontstelde en het voltooid deelwoord is ontsteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontstellen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontstellen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontstellen in het kort

ontstellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontstellen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontstellen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontstellen: in sterke mate verontrusten, van zijn stuk brengen
Deel ontstellen — standaardnederlands.nl