ontspinnen
werkwoordBetekenis
- ontwikkelen, ontstaan
Vervoeging van ontspinnen
ontspinnenhele werkwoord — ontsponnenvoltooid deelwoord
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ontspin me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| ontspin u/je , ontspint je | gebiedende wijs |
| ontspinne zich | aanvoegende wijs |
| ontspinnen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ontspinnen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ontspinnen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ontspint je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| ontspint u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| ontspint u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ontspint zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| ontspint zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| ontspint zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ontspon | verleden tijd |
| ontspon je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| ontspon me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| ontspon u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| ontspon u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| ontspon zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| ontspon zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| ontspon zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| ontsponnen | verleden tijd, deelwoord |
| ontsponnen je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| ontsponnen ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| ontsponnen zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| zal me ontspinnen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich ontspinnen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je ontspinnen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich ontspinnend | onvoltooid, deelwoord |
| zich ontsponnen hebben | verleden tijd |
| zullen je ontspinnen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons ontspinnen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich ontspinnen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u ontspinnen | tweede persoon |
| zult u ontspinnen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u ontspinnen | tweede persoon |
| zult zich/u ontspinnen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van spinnen met het voorvoegsel ont-.
Woordfamilie van ontspinnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontspin | woordvorm | ontspinnen |
| ontspinne | woordvorm | ontspinnen |
| ontspinnend | woordvorm | ontspinnen |
| ontspinnende | woordvorm | ontspinnen |
| ontspint | woordvorm | ontspinnen |
| ontspon | verleden tijd | ontspinnen |
| ontsponnen | voltooid deelwoord | ontspinnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontspinnen zijn vastgelegd.