Naar de inhoud

ontroeren

gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen

ontroeren

werkwoord

Betekenis

  1. gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen

Vervoeging van ontroeren

ontroerenhele werkwoord — ontroerdeverleden tijd enkelvoud — ontroerdenverleden tijd meervoud — ontroerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontroer ontroerde
jij ontroert ontroerde
hij, zij, het ontroert ontroerde
wij ontroeren ontroerden
jullie ontroeren ontroerden
zij ontroeren ontroerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is ontroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontroerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontroerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontroerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontroerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontroerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontroerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontroerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontroerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontroerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontroerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontroerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontroer gebiedende wijs
ontroerd verleden tijd, deelwoord
ontroerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontroerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontroerde verleden tijd
ontroere aanvoegende wijs
ontroerend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontroerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontroeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontroeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontroerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontroeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontroerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontroeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘in het gemoed treffen’ voor het eerst aangetroffen in 1637

Woordfamilie van ontroeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontroer gebiedende wijs ontroeren
ontroerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontroeren
ontroere aanvoegende wijs ontroeren
ontroert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontroeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontroeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontroeren

Wat is de betekenis van ontroeren?
Ontroeren is een werkwoord. De betekenis is: gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen.
Hoe vervoeg ik ontroeren?
Zo vervoeg je ontroeren zo: de tegenwoordige tijd is ontroer, de verleden tijd is ontroerde en het voltooid deelwoord is ontroerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontroeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontroeren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontroeren in het kort

ontroeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontroeren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontroeren bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontroeren: gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen
Deel ontroeren — standaardnederlands.nl