Naar de inhoud

ontbreken

niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt

ontbreken

werkwoord

Betekenis

  1. niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt

werkwoord

  1. niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht worden absolute

Vervoeging van ontbreken

ontbrekenhele werkwoord — ontbrakverleden tijd enkelvoud — ontbrakenverleden tijd meervoud — ontbrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontbreek ontbrak
jij ontbreekt ontbraakt
hij, zij, het ontbreekt ontbrak
wij ontbreken ontbraken
jullie ontbreken ontbraken
zij ontbreken ontbraken
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontbrak verleden tijd
ontbreek gebiedende wijs
ontbreke aanvoegende wijs
ontbrekend onvoltooid, deelwoord
ontbroken verleden tijd, deelwoord
ontbroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontbroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben ontbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontbreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘mankeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van ontbreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontbrak verleden tijd ontbreken
ontbraken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontbreken
ontbreek gebiedende wijs ontbreken
ontbreekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontbreken
ontbreke aanvoegende wijs ontbreken
ontbroken voltooid deelwoord ontbreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontbreken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontbreken

Wat betekent ontbreken?
Ontbreken is een werkwoord. Het woord betekent: niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontbreken?
Je vervoegt ontbreken als volgt: de tegenwoordige tijd is ontbreek, de verleden tijd is ontbrak en het voltooid deelwoord is ontbroken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontbreken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontbreken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontbreken in het kort

ontbreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontbreken zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontbreken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontbreken: niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt
Deel ontbreken — standaardnederlands.nl